Aantekeningen “Vergeving”, Connectavond 8 januari 2016

Vergeving

Onze Vader: zoals je vergeeft, word je vergeven
Mat 6: zoals je oordeelt wordt geoordeeld
Rom 2:1
Veroordeel daarom nooit
jezelf boven anderen stellen
En oordeel altijd met genade
Jak 2

Vergeven is niet:
– Bestaat niet meer voor God
– Dikke vrienden worden met de persoon
Vertrouwen hersteld naar mate van diepte berouw en restitutie
Loslaten
Erkennen dat je geen recht hebt Rechter te zijn
omdat je zelf ook genade nodig hebt

Het gevaar van verbittering

Heb 12 – wortel van bitterheid
sticht verwarring
besmet velen
Satan wint als we niet vergeven: 2 kor 2:10, Ef 4:26-27
Absalom
2 Sam 13:20-22
2 Sam 15 – opstand

Achitofel
2 Sam 23:34: vader van Eliam
2 Sam 11:3: Batseba dochter van Eliam
Spr 4:23 – bewaar je hart

Voorwaarde voor gebedsverhoring en autoriteit

Mc. 11:23-25 – bergen verzetten met geloof –> vergeving nodig
Jak 5:13-16

Bitterheid vervuilt je oog (balk), je ziet niet scherp meer, je beoordelingsvermogen is vervuild
Trots zorgt dat je niet wil toegeven
Vernederen voor God: ik sta hier niet boven
Vergeving reinigt je hart, je blik, je ziet met Gods ogen

Echt vergeven:
Bidden dat God hen vergeeft, stefanus, Jezus

Velen zullen ten val komen liefde zal verkillen ze zullen elkaar overleveren
Door niet te vergeven behaalt satan voordeel op ons (2 Kor 2)
Door niet te vergeven geven we satan gebied (TOPOS) (Ef 4)

Wat als iemand geen berouw heeft?
Luc. 17:3 – Als hij tot inkeer komt (berouw heeft), vergeef hem. Iemand kan pas echt vergeven worden, wanneer hij/zij een oprecht berouw heeft over zonde. Maar zelfs wanneer iemand dit niet heeft, vraagt God ons om ‘te bidden voor wie ons vervolgen’, voor onze vijanden, en liegende allerlei kwaad over ons spreken (Mat. 5:44). Zowel Jezus Zelf als de diaken Stefanus bidden, terwijl hun vervolgers hen nog aan het doden zijn (en dus absoluut geen berouw hebben maar nog keihard bezig zijn met hen kwaad aan te doen), voor hen en zeggen “Vader, vergeef hen, want ze weten niet wat ze doen” (Luc. 23:34), en “Reken hen deze zonde niet toe” (Hand. 7:60). Hierdoor is de vergeving voor die zonden nog niet werkelijkheid geworden, maar door dit gebed gaat de Geest van God bewegen in hun harten, richting berouw en bekering. En wanneer dat berouw en die bekering écht plaatsvinden, vindt de vergeving van die zonden pas echt plaats. Maar iemand die bidt voor zijn vijanden, lijkt in de ultieme manier op ons grote Voorbeeld, Jezus Christus.
Vergeven kost een prijs
Vergeven is sterven aan jezelf

Onboetvaardigheid
Jesaja 26:10 – al wordt een goddeloze genade bewezen, hij leert niet wat gerechtigheid is